Mijn bevallingsverhaal 2.0 – Onze kleine meid geboren


Mama, Zwangerschap en bevalling / dinsdag, juni 4th, 2019

De bevalling. Fysiek gezien niet bepaald het leukste gedeelte van het krijgen van een kindje. Vorige keer heb ik me goed ingelezen. Een goede voorbereiding om het allemaal over me heen te laten komen. Ik wist niet wat er zou komen, hoe ik het zou ervaren. Dit keer was dat anders. Ik wist héél goed hoe het kon gaan en hoewel ik vrede heb met hoe het vorige keer was gegaan, zag ik het niet per se zitten om dat te herhalen. Mijn geboorteplan was dit keer dus een stuk uitgebreider. Het liefst wilde ik natuurlijk bevallen, maar sowieso wilde ik een spoedkeizersnede vermijden. Ik wilde een sneller herstel, één soort bevalling en niet uren wachten om mijn kindje vast te houden. Met de artsen samen hebben we goed nagedacht over wat we van tevoren konden doen om dit voor te zijn. Ik had me aangemeld voor een kansberekening rondom bevallingen na een keizersnede en ik had 62% kans dat alles vaginaal goed zou gaan. Hoewel dat me een beetje beangstigde, was dat genoeg om het te proberen. Toen ons meisje echter met 32 weken besloot in stuit te gaan liggen en te blijven draaien, hebben we toch maar die keizersnede ingepland met ruim 39 weken. Voor de zekerheid. No way dat ik een stuitbevalling zou gaan doen.

Nadat ons meisje met 38 weken besloot toch eindelijk met haar hoofdje naar beneden te blijven liggen, hebben wij de geplande keizersnede opgeschoven naar 41 weken (daarna zou de slagingskans namelijk weer dalen). Op een gegeven moment was echter ook de uitgerekende datum verstreken en ook die 41 weken kwam akelig dichtbij. De voorweeën waren al weken goed aanwezig, maar ze zetten nog niet echt echt door. Op de vrijdag na de uitgerekende datum kon ik dus met de controle gestript worden. Na wat kindervriendelijk gevloek in de stoel bij de verloskundige in het ziekenhuis, was de pijn al snel voorbij. Gregory ging naar zijn werk en ik ging thuis afwachten terwijl ik met Apie speelde… Gewoon de dagelijkse voorweeën, maar verder gebeurde er niets.

Zaterdag kon ik weer terecht. Ik wilde alles op alles zetten om dit keer een vaginale bevalling te hebben en zo sneller hersteld te zijn en sneller naar huis te kunnen. Hoewel de opvang van Apie en mijn eigen gezelschap geregeld waren: ik wilde niet drie nachten bij mijn mannetjes vandaan zijn. Om elf uur zaten we weer in het ziekenhuis. Ik ging tijdens het strippen van drie naar vier centimeter ontsluiting, er kwam bloed mee en ze kon zelfs het oortje van ons kleine meisje voelen zitten! Wat een vreemde gedachte, dat zij mijn baby eerder heeft gevoeld dan ik. Wel waren het allemaal goede voorbodes. Net zoals dat ik de gang door het ziekenhuis nog steeds pijn had, tussendoor een aantal keer moest gaan zitten om de pijn weg te ademen en thuis al om twee uur mijn weeën timede om de vier minuten. Als dit nog niet het begin was, dan wist ik het ook niet meer. Dus ik belde vast onze vrienden op, dat ze weten dat er een kans is dat we misschien vandaag met Apie voor de deur staan, maar dat ik het nog eventjes wil afwachten. “Je weet weet nog wel dat je al vier centimeter ontsluiting hebt, toch?” Oh ja, misschien dan toch nu maar vast even bellen en overleggen… De weeën kwamen regelmatig, maar waren nog prima op te vangen, dus we mochten langzaamaan richting het ziekenhuis komen. Onderweg Apie afgezet en met tranen afscheid genomen van ons laatste moment als gezin van drie. Of zoals Apie het zei “…”, want die was voordat ik gedag kon zeggen al met de nieuwe Duplo-trein van zijn vriendinnetje aan het spelen. Nog even snel een kusje en een knuffel en dan lekker houden zo, want wie weet hoe lang het nog zou gaan duren. In ieder geval had hij het naar zijn zin.

Om kwart voor vier zaten we in een kraamsuite van het ziekenhuis. We mochten rustig even afwachten tot de verloskundige langs zou komen om te kijken hoe het vorderde. De weeën bleven elke vier minuten komen en werden nog steeds niet heftiger. Ze waren best goed te handelen, zelfs. We voelden ons een beetje ongemakkelijk in de kamer. Het voelde totaal niet hetzelfde als vorige keer. Het leek bijna alsof het vals alarm was en we met een uurtje weer buiten zouden staan. Ik werd aan de CTG gekoppeld en omdat de weeën vooral in mijn rug zaten, betekende dat (enorm frustrerend) dat ze amper zichtbaar waren op het beeldscherm. Geen erkenning voor de pijn. Ik voelde me bijna alsof ik ze bedacht.

Nadat ze met haar collega’s had overlegd, kregen we van de verloskundige drie opties: terug naar huis om af te wachten, in het ziekenhuis afwachten of mijn vliezen breken. Met oog op de vorige bevalling en mijn wens een keizersnede te vermijden, raadde zij het laatste aan. Het enige nadeel: hierna was er geen weg meer terug. De geplande keizersnede was dan van de tafel. Na wat extra informatie over hoe “gentle” deze eventuele sectio zou gaan als ze de vliezen zouden breken, hebben we ervoor gekozen om dat dan toch maar te doen. Anders hebben we de garantie op een langer herstel. Kwart over zes kwam ze terug om het vlies los te trekken. Het duurde een paar minuten voordat het vruchtwater daadwerkelijk naar buiten stroomde, maar toen het eenmaal zover was, was het goed te merken. De weeën werden heftiger, zowel in intensiteit als frequentie. Ze bleven in mijn rug komen, maar ik had geen pauzes meer en ze werden steeds moeilijker te handelen. Ons meisje bleef maar bewegen, dus de CTG moest regelmatig weer even goed gezet worden. Heel gemakkelijk voelde ik me niet met al die draadjes. Zeker niet toen ik steeds na de wc moest. Ook: degene die het in haar hoofd haalde om tijdens de weeënstorm een infuus aan te leggen (en drie keer mis te prikken), mocht wat mij betreft de pijn wel even overnemen.

Na een lange, lange tijd, waren we twee uur verder. Even checken hoe ver de ontsluiting was. Zeven centimeter. Zeven. ZEVEN?! De afgelopen twee uur aan één stuk door weeën opvangen had me maar TWEE centimeter verder gebracht? Hoe zou ik dit overleven? Nog drie uur?! Ik vervloekte mezelf dat ik niet voor de keizersnede was gegaan. En daarna nog tien keer. Ik was vergeten hoe heftig die weeënstorm was bij Apie. De theorie was er nog, maar het gevoel kwam pas echt terug toen ik het weer doormaakte. Nooit weer! Daar had ik nu natuurlijk niets aan. Ik moest er doorheen. Stoppen was geen optie. Huilend van pijn en wanhoop, probeerde ik de weeën nog op te vangen. De weeën met Apie kwamen via mijn buik en hoe pijnlijk die ook waren, kón ik er iets mee. Zo in mijn rug, was dat niet het geval. Ik wist niet waar ik het zoeken moest en de wens voor pijnstilling kwam voor het eerst in mijn gedachte. Alsof ze het aanvoelde, vroeg de verloskundige of ik misschien een pompje Remifentanil wilde en ik wist niet hoe snel ik aangaf dat ik dat héél graag wilde.

Vooraf wilde ik absoluut geen pijnstilling. Als ik de hele bevalling van Apie tot aan de keizersnede zonder kon, zou dat nu toch zeker ook wel lukken? Voor mij zijn het echt de risico’s niet waard. Nog uren op deze manier doorgaan, zag ik daarentegen niet meer als een optie. Ik was de wanhoop nabij en moest nog zo lang! Fijn dat het uiteindelijk gelukt was om het infuus te prikken, want nu kon ik zo snel mogelijk aan het pompje aangesloten worden en mocht ik op het groene knopje drukken. Remifentanil is een soort morfine dat je jezelf mag toedienen door (niet vaker dan) eens per vijf minuten op een knopje te drukken. De pijn ging er niet van weg, maar het leek alsof het me net wat minder kon schelen.

Ik leefde van dosis naar dosis, mijn ogen steeds even open om te checken of het lampje alweer brandde, tot opeens de persdrang kwam. Niet te missen. “Nee, nog niet. Het kan nog niet. Nog niet persen. Nog niet. Het is nog geen tijd.” mompelde ik wanhopig tegen mezelf, terwijl ik de focus probeerde te leggen op het ontspannen van mijn spieren. De pijnstilling werd uitgeschakeld en ze ging voelen hoe het met de ontsluiting zat. Ik mocht beginnen te persen. Mijn buik deed goed mee, in tegenstelling tot hoe het vorige keer ging. Toch leek het niet echt op te schieten. Ik raakte er daardoor van overtuigd dat ik het niet kon. Ik kreeg dezelfde tips als vorige keer. “Minder geluid maken, laat je lichaam het werk doen”, zei ze. Zie je?! Net als vorige keer en toen lukte het ook niet. “Houd je knieën goed vast”, zei ze. Zie je?! Vorige keer had ik ook niet genoeg kracht in mijn benen en toen lukte het ook niet. Hoe ik ook probeerde die negatieve gedachten om te zetten, ze bleven de overhand houden. Ik zat mentaal weer terug in de situatie van ruim twee jaar geleden. Gelukkig had ik een verloskundige die me goed aanvoelde. Zonder mijn emoties weg te cijferen, wilde ze er niets van weten. “Jij kunt dit! Ik zie haar hoofdje al zitten. Wat een haar! Nog een paar keer persen en ik weet 100% zeker dat ze er dan uit is. Je bent er bijna!”

#$^$%&#$!!! Wat deed het zeer! Zeker toen ze eenmaal vast zat bij de uitgang. The ring of fire. Maar ik vond op één of andere manier de kracht om door te zetten en fluurrppp, daar was ze dan. Om twee over tien glibberde ze eruit. Onze kleine Tuttebel. Ze werd me meteen aangegeven. Wat een prachtig meisje. Huidsmeer, bloed en andere zooi over haar kleine lichaampje. Donkere, alerte ogen en een ieniemienie neusje. Ik was zo blij dat ze er was. Wilde haar blijven bekijken en knuffelen en me verwonderen over hoe ze eerst in mijn buik zat en nu eruit was. Stilstaan bij het miraculeuze van een zwangerschap en geboorte. Het daar volledig op focussen moest toch even wachten. Trillend van de inspanning, doodmoe, was ik vooral verbaasd. “Het is me gelukt. Het is me gelukt, schatje. Het is me gelukt.” Ik was er helemaal van ondersteboven. Suf. Nog aan het trillen van alle inspanning. Een klein beetje van de wereld.

Gelukkig had ik anderhalf uur om alles te verwerken, waarin ik even werd gehecht en Tuttebel heerlijk kon bekijken. Ze had zelfs al wat gedronken voordat ze onderzocht werd. Toen ze helemaal was goedgekeurd en aangekleed (en ik eindelijk met tegenzin wat kon eten, zodat ik een paracetamol mocht nemen), had Gregory nog een flinke tijd met haar gezeten. Op deze manier kon ik douchen. Wat een opgave… De spierpijn liep letterlijk van mijn kruin tot aan de puntjes van mijn tenen. Ik stond met mijn handen op de grond om de straal op mijn rug te houden en wat de schade down under was, was nog niet in te schatten. Alles voelde anders.

Toen ik onder de douche vandaan kwam, mochten we meteen alweer naar huis. Om twee uur ‘s nachts zaten we in de auto, iets meer dan tien uur nadat we die middag in het ziekenhuis aankwamen. Het was een rustige nacht in februari, niemand op de weg. Alleen met Gregory en onze mooie dochter. Onze mooie Tuttebel. Wat een prachtmeid.



Facebook
Twitter
E-mail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *