Bevalling deel 2: Het ziekenhuis


Mama, Zwangerschap en bevalling / zondag, maart 12th, 2017

Als we eenmaal in de verloskamer zijn, worden mijn vliezen gebroken. Helder vruchtwater! Top! Ik moet nodig plassen, liggen en zitten doet zeer, dus ik wandel wat rond in de badkamer. Overal zit bloed. Op de wc, op de vloer, bij de wastafel.. Ik voel dat ik naar de wc moet. Heel duidelijk. Niets dat “eigenlijk wil je lichaam persen”. Nee, ik moet naar de wc! Dat mag niet, zegt ze. Wegpuffen! Ik zou wel willen, maar de drang is echt heel erg sterk en ik houd het niet meer van de pijn. Staan, zitten, lopen, ik blijf druk in de weer. Na wat voelt als een eeuwigheid, maar eigenlijk pas drie kwartier is sinds de parkeerplaats, gaat ze nog een keer mijn ontsluiting voelen. Blijkbaar zit ik nu op volledige ontsluiting! Dat ging dat toch nog sneller dan verwacht. Ik mag het bed op en voorzichtig beginnen te persen. De kraamhulp kwam op dit moment binnen.

(Lees hier het eerste deel van dit artikel)

Hoewel ik de weeën en de persdrang wel goed voelde, deed mijn buik niet mee met het persen. Ze zei na ongeveer een half uur dat ik het perswerk nu helemaal zelf aan het doen was, terwijl mijn buik en ik hierin ‘een team horen te vormen’. Om mijn buik mee te krijgen, moest ik op mijn zij gaan liggen. Ik mocht nog steeds wel persen met mijn bovenste been omhoog, maar het échte werk moest een paar weeën wachten. Ik voelde inderdaad dat mijn buik mee begon te doen en toen mocht ik weer op mijn rug liggen. Het persen ging weer verder!

Na 1,5 uur zat er nog niet veel schot in de zaak. Ons mannetje was al een flink stuk door mijn geboortekanaal, maar zijn hoofdje wilde niet verder. Er werden andere mensen bij geroepen. Twee verloskundigen vanuit het ziekenhuis en een paar verpleegkundigen. Mijn hartslag en de hartslag van onze kleine werden gecontroleerd, mijn blaas werd twee keer geleegd via een katheter en ik kreeg weeënopwekkers toegediend. Ook gingen ze even kijken via het echoapparaat of de baby wel goed lag.

Ze konden zijn ruggetje zien en deze lag op de goede plek, dus gingen ze na 1 uur en 50 minuten persen verder met de vacuümpomp. Ik voelde wel een prikje, maar had niet bewust de link gelegd dat ik daarvoor ook ingeknipt zou worden. In de avond wist ik pas dat dit gebeurd was en gelukkig maar, want dat was mijn grootste angst voor de bevalling. Mijn man zei ook dat hier best wat bloed bij kwam kijken, wat ik nu zéker niet had willen zien daar beneden. De hartslagmeter van ons ventje werd van mijn buik gehaald en op zijn hoofd geplakt, ook werd mijn blaas weer geleegd. Vier keer hebben ze geprobeerd om hem met de vacuümpomp naar beneden te trekken. Twee keer is dat rotding van zijn hoofdje losgeschoten. Zowel mijn man als de desbetreffende verloskundige lieten de volgende dag weten dat dit een bloederige bedoening was. Haar witte jas én de kleding eronder was tot in zoverre rood, dat ze zo echt de gang niet over kon gaan om zich om te kleden.

Na in totaal 2 uur en een kwartier persen, trok ik het niet meer. Ik kon de juiste houding niet meer goed aannemen, ik was onwijs aan het kreunen (wat de kracht van het persen doet afnemen) en ook de weeën voelde ik steeds minder vanuit mijn buik. Een kwartier later werd er besloten dat we naar de operatiekamer gingen, want ons mannetje zat daar al veel te lang vast. Het werd een spoedkeizersnede. Waar er al acht mensen bij ons op de kamer waren, kwamen er nog vijf bij om me klaar te maken. Er werd een katheter geplaatst, het bed werd aangepast, ik kreeg allemaal slangetjes en plakkertjes op me. Er werd aan ons verteld wat er ging gebeuren, al ging dat een beetje langs me heen en vond ik op dat moment alles wel prima. Het leek voor mij net zo’n filmscène. Ik was uitgeput, ik hoorde dingen als ‘spoedsectio’ en ‘code rood’. Ik werd alsof ik in een attractie zat met bed en al door het ziekenhuis geracet en zag de lampen op het plafond als in een film aan me voorbij flitsen.

In de operatiekamer stelde iedereen zich aan mij voor. Er was daar een man of vijftien aanwezig, dus de kans dat ik überhaupt één naam zou onthouden, was zeer onwaarschijnlijk. Iedereen was er wel erg lief voor me en duidelijk in de communicatie. Ik werd van mijn bed op de operatietafel getild en moest gaan zitten voor de ruggenprik. Alsof dat zo makkelijk is! Middenin een perswee: “Ontspan je schouders. Ietsjes meer. Nee, ontspannen.. Laat ze maar hangen. Een beetje losser..” Geen succes. De prik was uiteindelijk gezet en binnen enkele seconden voelde ik de pijn wegebben. Ik moest gaan liggen en er gebeurde van alles om me heen. Ik voelde me koud en gespannen. Ik was niet bang, maar wel onwijs aan het trillen. Ik kreeg een deken over me heen en hier werd een slang met warme lucht onder gedaan. Ik voelde me in goede handen, maar alsnog een heel stuk veiliger toen Gregory in operatiekleding naast me kwam zitten en mijn hand vasthield.

Ik voelde wat getrek bij mijn buik, maar kon niet zien wat ze aan het doen waren. Ze vertelden wel wat er allemaal speelde en ik hoorde het toen ons prachtige ventje uit mijn buik gehaald werd. De kinderarts nam hem mee en mijn man mocht met hem meelopen. “Laat hem niet alleen, hè!” “Nee, natuurlijk niet, ik houd hem goed in de gaten, lieverd.” Mijn man had ons mannetje vast, ons kleine Apie, en mocht hem even aan mij laten zien. Mijn man trots, ons kindje zo mooi! Natuurlijk ook tranen met tuiten. Helaas was dit moment maar kort. De operatiekamer was te koud voor Apie, dus ze gingen met zijn tweetjes naar beneden, naar de kraamsuite. Ik was nog steeds moe, aan het trillen en nu ook nog eens aan het huilen. Er werd gevraagd of ik even wilde gaan slapen, dus kreeg ik een klein slaapmiddeltje.

Toen ik wakker werd, leken er wel uren voorbij te zijn, maar dit bleken maar tien minuten te zijn geweest. Ik lag nog steeds op de operatietafel. Ze waren net klaar met hechten en ik mocht naar de herstelzaal. Hier mocht ik weg zodra mijn bloeddruk weer normaal was en ik weer gevoel had rond mijn navel. Nu was mijn bloeddruk de gehele zwangerschap al laag en de ruggenprik was extra hoog gedoseerd, omdat alles zo snel moest. Anderhalf uur was ik de minuten aan het aftellen, voordat ze naar beneden gingen bellen dat ik opgehaald mocht worden. Dit liep door drukte op beide afdelingen over in ruim een half uur de seconden aftellen voordat er eindelijk iemand was om me naar beneden te brengen en de weg naar de kraamsuite had voor mijn gevoel een reis naar de andere kant van de wereld kunnen zijn. Eenmaal bij mijn mannen aangekomen, het moment dat ik Apie kon vasthouden.. Ik krijg er nog steeds tranen in mijn ogen van. Niets op de hele wereld is beter dan dat gevoel.

(Lees hier hoe het herstel na de keizersnede verliep)

Facebook
Twitter
E-mail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *